Wetsvoorstel Flexibel Werken: waar bemoeit de politiek zich mee?
- Details
- woensdag, 22 februari 2012 12:07
- Wilco Brinkman
Vorige week dienden de Tweede Kamerleden Van Gent en Van Hijum een initiatief wetsvoorstel in met als doel het flexibel werken te bevorderen. De kern van het wetsvoorstel is dat een werknemer bij zijn werkgever een verzoek kan indienen om flexibel te gaan werken. Het gaat dan bijvoorbeeld om wijzigingen in arbeidsuren, -tijden of de plaats waar de werknemer zijn werk doet.
Toen ik het wetsvoorstel en de berichten erover las, bekroop mij een wat ongemakkelijk gevoel. Enerzijds valt te waarderen dat ook politici oog hebben voor een diversiteit aan arbeidspatronen en daar ruimte aan willen geven. Anderzijds overheerste toch wel de gedachte 'Waar bemoeien jullie je eigenlijk mee?'. Want waar het natuurlijk echt om gaat, is dat werkgevers en werknemers een fatsoenlijk gesprek met elkaar kunnen voeren. En dat regel je niet met een wet. In de normale omgang met elkaar heeft een werknemer altijd ‘het recht’ om iets aan zijn leidinggevende te vragen of te verzoeken. Het maakt niet uit waar dat over gaat. Het is dan ook niet meer dan normaal dat een leidinggevende over zo’n verzoek nadenkt en dat vervolgens beargumenteerd inwilligt of afwijst. En dan zijn er altijd horken van leidinggevenden die geen of onzinnige argumenten aandragen, net zoals er werknemers zijn die niet open staan voor de redelijkheid van de tegenwerpingen van de werkgever. Daar helpt geen wet tegen.
Sterker nog: ik denk dat een wet de kwaliteit van het gesprek er eerder slechter dan beter op maakt. Een werknemer die met een beroep op de wet een verzoek tot flexibel werken bij zijn werkgever indient, zal anders door de werkgever worden bekeken dan iemand die dit vanuit betrokkenheid bij zijn werk doet. De eerste krijgt weliswaar een beargumenteerde reactie op zijn verzoek; het is vervolgens niet moeilijk voor te stellen dat de werkgever weinig bereid zal zijn naar andere oplossingen te zoeken. In het tweede geval ligt deze bereidheid veel meer voor de hand, omdat de werknemer zich niet verschuilt achter de wet, maar ook zelf veel meer zal zoeken naar argumenten waarom flexibel werken voor hem belangrijk is.
Het succes van flexibel werken staat of valt met de relatie tussen werkgever, leidinggevende en werknemer. Want het zijn niet alleen de omstandigheden van het bedrijf, de organisatie van het werk en de aard van de functie die bepalen of flexibel werken mogelijk is. Het vraagt ook veel van de vaardigheden en competenties van leidinggevenden en werknemers. Om flexibel werken mogelijk te maken, moeten werkgevers, leidinggevenden en werknemers samen werken aan arbeidsrelaties, waarbinnen zij gezamenlijk nadenken over de manier waarop het werk het best kan worden georganiseerd en wat daarvoor nodig is. Dat is effectiever dan een wetsvoorstel dat alleen het gespreksonderwerp regelt en hoe daarmee om te gaan. Een dergelijk wetsvoorstel werkt contraproductief en miskent de gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer voor een goede arbeidsrelatie met bijbehorende gesprekken.
Wilco Brinkman

